Vroege geschiedenis

Rond 1900 liepen duizenden schapen van de geërfden van de Buurt Ede-Veldhuizen op de heide rond Ede. De geërfden hadden in het dorp Ede of in het gebied Veldhuizen een huis met een erf of beschikten over een stuk grond van tenminste één hectare groot. Het was een gesloten landbouwkundig systeem waarbij schapen werden gehouden in potstallen, de mest werd gebruikt voor de landbouwgronden. Dit verdween met de opkomst van de kunstmest; het houden van schapen was niet meer noodzakelijk.

Oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog was het Veluws Heideschaap bijna uitgestorven. Niet alleen het verdwijnen van het Veluws Heideschaap ging de geërfden van de Buurt Ede-Veldhuizen aan het hart maar ook het behoud van de heide. De heidevelden van de Zuid- en Noord Ginkel (de Eder heide) waren als ‘woeste gronden’ rondom Ede tot het begin van de 20e eeuw bezit van de geërfden van de Buurt Ede-Veldhuizen. In 1902 werd de Zuid Ginkel verkocht aan het Ministerie van Oorlog om de komst van defensie naar Ede mogelijk te maken. De Eder heide werd in erfpacht gegeven aan het Ministerie van Oorlog en hier werd tijdens de Eerste Wereldoorlog een Vluchtoord voor Belgische vluchtelingen gebouwd. In 1920 werden ook de Eder heide eigendom van defensie. De geërfden hielden het recht om heideplaggen te steken en hun schapen te weiden. Deze rechten hebben de geërfden formeel nog steeds; de Edese Schaapskudde gebruikt daarmee het recht van de geërfden op het weiden van schapen.

Een echte kudde

Op de jaarlijkse Buurtspraak van de Buurt Ede-Veldhuizen, op de 3e donderdag van september, kwam dit onderwerp steeds terug. Tijdens de Buurtspraak van 1952 kwam geërfde D. Pereboom met het voorstel om een organisatie samen te stellen waardoor een schaapskudde op de Ginkelse heide weer mogelijk zou zijn. Een jaar later, in 1953, werd gemeld dat de Stichting Edese Schaapskudde was opgericht met burgemeester H.M. Oldenhof als voorzitter. Verder bestond het bestuur uit de heer E.J. van Spankeren, minister Cornelis Staf (zoon van de bosbaas Hendrik Staf), de heer H.P. Prangsma (sr) en Jan Versteeg (sr), Buurtrichter van de Buurt Ede-Veldhuizen van 1949 tot 1972.

Het Buurtbestuur besloot om één ram en vijf ooien ter beschikking te stellen aan de nieuwe kudde. Er werd een koperen bel voor de ram aangeboden en spontaan door een geërfde een kluutschop (kluitschop), een oeroud schaapherders voorwerp. Het is een schepje dat aan het eind van de herdersstaf of stok is bevestigd, waarmee de schaapherder een kluit zand naar een afgedwaald schaap kan gooien zodat het dier zich weer bij de kudde voegt. Ook werd besloten om jaarlijks een financiële bijdrage aan de kudde te leveren.

Van alle bestaande kuddes met het Veluws ongehoornde heideschaap is de kudde van Ede de oudste. De stichting heeft twee kuddes in exploitatie. De herders zijn broers en dat is uniek in Nederland. Het zijn Aart en Henk van den Brandhof, zoons van vader Bart, die van 1975 tot 1992 herder in Ede is geweest.

Van kippenhok naar schaapskooi

Op 24 november 1953 werd de kudde en herder Jacob Mouw met groot onthaal ontvangen. De burgemeester, evenals militaire en burgerlijke overheden waren aanwezig om hen te verwelkomen. Een kooi was voorhanden omdat de familie Kramer, die de kooi tegenover de Herberg Zuid Ginkel gebruikte als kippenhok, bereid was deze af te staan. 

Twee jaar later werd de kooi op de Eder heide in gebruik genomen. Deze kooi werd geopend door de Commissaris der Koningin van de Provincie Gelderland. Ook het Polygoon bioscoopjournaal was daarbij aanwezig. De kooien zijn van het Utrechtse Salland-type met afgeschuinde hoeken aan de uiteinden waardoor geen schapen bekneld kunnen raken.

Het eerste schaapscheerdersfeest

De subsidie van de overheid was niet toereikend en daarom werden ook andere geldbronnen gezocht, zoals bijvoorbeeld donateurs. Er werden acties gehouden als ‘Hooi voor de kooi’ of ‘Een tientje voor de kudde’. Om geld te werven heb je publiciteit nodig. Besloten werd om jaarlijks een schaapscheerdersfeest en een schapenmarkt te organiseren. In de beginjaren werd de schapenmarkt georganiseerd bij de Oude Kerk in het centrum van Ede. In de jaren vijftig ging de herder met zijn schapen lopend vanaf de heide naar de markt. Nadat de schapen eens de tuin van de burgemeester hadden begraasd tijdens hun wandeling naar de markt werden zij met een vrachtwagen naar de schapenmarkt vervoerd. Om diervriendelijke redenen is deze schapenmarkt afgeschaft.

Later werd de Stichting Vrienden van de Edese Schaapskudden opgericht die zich bezighoudt met het werven van fondsen en het organiseren van diverse activiteiten.

De schapen worden nog steeds geschoren op traditionele wijze met de handschaar. Na afloop krijgen de vrijwillige scheerders de traditionele scheerdersmaaltijd aangeboden, bereid volgens een oud culinair recept: zoute vis met aardappels en boterjus, met als toetje warme rijstepap met bruine suiker. Ook dit gebruik wordt nog steeds in ere gehouden.

Moderne tijd

Inmiddels bestaat de Stichting Edese Schaapskudde ruim 65 jaar en er is veel veranderd. Wet- en regelgeving stellen steeds meer en hogere eisen om een schaapskudde in stand te houden. Beheer- en computersystemen zijn tegenwoordig nodig om een en ander te verwezenlijken.

De schaapskudde heeft een eigen website en is te volgen via Facebook en Twitter. Ook de herders gaan met hun tijd mee en maken regelmatig filmpjes die op Facebook en Twitter worden geplaatst.

De herders en hun honden lopen nog steeds op de heide met hun kudde, dat is niet veranderd.